
Is er sprake van kindermishandeling?
Download de LIRIK: een praktische checklist voor hulpverleners.
Kindermishandeling aanpakken (2010)
Brochure over kindermishandeling en aanpak door professionals.
Kindermishandeling: signaleren en handelen (2009)
Boek met basisinformatie voor mensen die met kinderen werken.
Regionale aanpak kindermishandeling
Project: landelijke invoering van de regionale aanpak kindermishandeling.
Jessica van Rossum is orthopedagoge en adviseert bij vragen over kindermishandeling en partnergeweld.
Stel een vraag
|
|
Onderzoek naar kindermishandeling
In 2005 zijn twee studies uitgevoerd met de vraag hoe vaak kindermishandeling voorkomt, één onder Advies- en Meldpunten Kindermishandeling en beroepskrachten (Nationale prevalentiestudie mishandeling, 2005) en één onder middelbare scholieren (Scholieren over Mishandeling, 2006). Het doel van deze studies was inzicht te verschaffen in de mate waarin verschillende vormen van kindermishandeling voorkomen onder kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar.
In 2010 zijn de twee onderzoeken herhaald binnen de 'Nationale prevalentiestudie mishandeling' (2010). Deze studie bestaat uit twee delen: een informantenstudie en een scholierenstudie. Door verschillen in opzet van de deelonderzoeken zijn de gegevens niet zondermeer vergelijkbaar. Zo is in de scholierenstudie gebruik gemaakt van zelfrapportage door de leerlingen en in de informantenstudie zijn professionals die beroepsmatig met kinderen te maken hebben, bevraagd.
De cijfers van hoe vaak kindermishandeling voorkomt zijn in beide onderzoeken gebaseerd op gevallen van kindermishandeling die zich hebben voorgedaan in 2010. Kinderen die in de jaren voorafgaand aan 2010 zijn mishandeld maar niet meer in 2010 zelf, zijn niet meegeteld.
De prevalentie van kindermishandeling
Uit de informantenstudie (professionals die met kinderen werken) komt naar voren dat het aantal mishandelde kinderen is gestegen van 24,1 per duizend kinderen in 2005 naar 27,4 in 2010. Voor de gegevens van de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK's) is de stijging forser namelijk van 3,8 in 2005 naar 6,4 per duizend kinderen in 2010. Koppeling van gegevens van de informanten en de AMK's leveren een landelijk beeld op van ruim 118.000 mishandelde kinderen. In 2005 ging het naar schatting om 107.000 kinderen. De prevalentie van kindermishandeling zoals gemeten in de scholierenstudie is hetzelfde gebleven als in 2005. 99 van de duizend scholieren geven aan mishandeld te zijn.
Risicofactoren
Het risico op kindermishandeling is ruim acht keer groter in gezinnen met zeer laag opgeleide ouders en vijf keer groter wanneer beide ouders werkloos zijn. Daarnaast is het risico op kindermishandeling groter bij éénoudergezinnen, gezinnen met drie of meer kinderen en stiefgezinnen. Ook een allochtone achtergrond laat een verhoogd risico zien. Voor gezinnen van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse, of Antilliaanse afkomst valt dit echter weg, als rekening wordt gehouden met het gemiddeld lagere opleidingsniveau. Voor gezinnen uit landen die op een vluchtelingstatus duiden, blijft dit verhoogd risico bestaan. Mogelijk spelen trauma's in deze gezinnen daarbij een belangrijke rol. De effecten van risicofactoren in 2005 en 2010 zijn gelijk.
Conclusie
Het aantal slachtoffers van kindermishandeling is sinds 2005 niet gedaald. Daarop wijzen de cijfers afkomstig van drie bronnen: de professionals, de AMK's en de scholieren. Meer beleidsmatige en publieke aandacht voor kindermishandeling heeft geleid tot een toename van het aantal meldingen, vooral bij de AMK's, maar niet tot een merkbare daling van het aantal slachtoffers.
Registratiegegevens Advies- en Meldpunten Kindermishandeling
Nationale Prevalentiestudie Mishandeling (NPM)
Scholieren over mishandeling
Adviezen en Meldingen over Kindermishandeling