Home  > Kennis  > Dossiers  > Armoede in gezinnen  > Gezinsleven > Partnerrelatie

De Gezinswijzer
Kennis over gezinnen en gezinsbeleid.



Hilde  Kalthoff Hilde Kalthoff is pedagoge en heeft jarenlang gewerkt met kinderen die met armoede te maken hadden.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Begrippen

Partnerrelatie

Een goede partnerrelatie is een beschermende factor bij problemen bij ouder en kind wanneer er sprake is van armoede en andere risicofactoren voor opgroeien en opvoeden. Duidelijk is dat een scheiding dikwijls een negatieve invloed heeft op de inkomenspositie. Naar de invloed van armoede op de partnerrelatie is weinig onderzoek gedaan. Wel wordt armoede gezien als een van de risicofactoren voor het ontstaan van partnergeweld.

Scheiding verhoogt kans op armoede

Scheiding heeft vaak een negatieve invloed op het inkomen van een huishouden. In 16 procent van de gevallen zakt het inkomen na een scheiding tot onder de armoedegrens of lage-inkomensgrens, terwijl maar twee procent van de stabiele echtparen in een jaar arm wordt.

In 80 procent van de scheidingen blijven de kinderen bij hun moeder wonen (Bouman 2004) en daalt het gezinsinkomen gemiddeld met ongeveer 500 euro per maand. In eenvadergezinnen, 5 procent van de eenoudergezinnen, wordt de koopkracht gemiddeld zelfs wat beter. Na ongeveer zeven jaar is de koopkracht van gezinnen met gescheiden moeders weer even groot als voor de scheiding, vaak doordat zij een nieuwe partner vinden. Voor meer informatie zie dossier Scheiding.

Armoede als risico voor partnergeweld

Werkloosheid, armoede en isolement verhogen, naast vele andere risico’s, de kans op huiselijk geweld. Onduidelijk is hoe groot de rol van armoede is vergeleken met andere risicofactoren voor partnergeweld.

Op basis van literatuuronderzoek en een zestal inteviews in Vlaanderen concludeert Sharon van Asbroeck (2009) dat partnergeweld waarschijnlijk iets vaker voorkomt in gezinnen met lagere inkomens en bij laaggeschoolden. Maar het kan ook zijn dat het geweld in deze gezinnen meer zichtbaar is. Sietske Dijkstra, lector 'Huiselijk geweld en hulpverlening in de keten' van Hogeschool Avans, constateert dat in de vrouwenopvang vooral de 'minstbedeelde' vrouwen verblijven: moeders die meestal economisch niet zelfstandig zijn en geen of een te klein sociaal netwerk hebben (Dijkstra 2007). Volgens de onderzoekers Esther Geurts en Hilde Bakker (2005) is de kern van partnergeweld een traditionele rolverdeling. Dat wil zeggen: een uitvergrote en stereotype verhouding tussen mannen en vrouwen waarin de man het hoofd van het gezin is, dominant en controlerend, en de vrouw passief en op de achtergrond.

Andere onderzoekers stellen dat individuen onder de lage-inkomensgrens vaker worden geconfronteerd met negatieve gebeurtenissen en minder mogelijkheden hebben om de gevolgen daarvan te beperken. Verder zouden individuen met een hoger inkomen geleerd hebben om geschillen op te lossen door bemiddeling en vaker verbale vaardigheden gebruiken (Van Asbroeck, 2009).

Voor meer informatie, onder meer over de gevolgen van kindermishandeling en partnergeweld, zie het dossier Kindermishandeling en het dossier Partnergeweld.

Bronnen

  • Bouman, A. M. (2004), 'Financiële gevolgen van echtscheiding op de lange termijn', in: 'Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2004'. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek, p. 85-89.
  • Asbroeck, S. van (2005), ‘Partnergeweld: de risicofactoren’. Brussel: Vrije Universiteit, faculteit Rechtsgeleerdheid, Criminologische Wetenschappen.
  • Dijkstra, S. (2007), ‘Beelden van ouderschap en mishandeling. Een caleidoscopische blik op posities’, in: 'Ouderschap en Ouderbegeleiding', jaargang 10, nummer 2, p. 142-160.
  • Geurts, E. en H. Bakker (2006), ‘Meld- en hulptrajecten voor kinderen als getuigen van huiselijk geweld. Inventarisatie en onderbouwing’. Utrecht: NIZW Jeugd.