Home  > Kennis  > Dossiers  > Armoede in gezinnen  > Gezinsleven > Opgroeien

De Gezinswijzer
Kennis over gezinnen en gezinsbeleid.



Hilde  Kalthoff Hilde Kalthoff is pedagoge en heeft jarenlang gewerkt met kinderen die met armoede te maken hadden.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Begrippen

Opgroeien

Wat betekent armoede voor kinderen, hoe beleven ze het en hoe gaan ze ermee om? Welk risico vormen armoede en sociaal-economische status (SES) voor het opgroeien van kinderen? Wat zijn de gevolgen van armoede voor de ontwikkeling van kinderen en de hechting met hun ouders? En welk verband is er tussen armoede en kindermishandeling, schoolachterstand, schooluitval, jeugdcriminaliteit en gezondheid?

Arme kinderen op allerlei gebieden slechter af

De 'Armoedemonitor 2007' (Vrooman e.a. 2007) laat zien dat kinderen uit gezinnen onder de lage-inkomensgrens slecht af zijn. Arme kinderen zijn veel minder vaak lid van een vereniging en gaan om financiële redenen minder vaak op vakantie en maken minder uitstapjes (zie ook onder Tijdsbesteding). Thuis is er geen geld voor nieuwe kleren, voor internet, voor iedere dag een warme maaltijd of een weekje vakantie. Ook kunnen hun ouders vaker de schoolkosten niet betalen.

Armoede nadelig voor welbevinden kinderen

Hoe langer een gezin in armoede leeft, hoe meer bij de kinderen de gevoelens van angst, afhankelijkheid en ongelukkig zijn toenemen (Vanhee 2007). Jonge kinderen uit eenoudergezinnen, gezinnen van niet-westerse herkomst en gezinnen met een laag inkomen hebben de meeste kans op nadelige gevolgen van armoede op hun welbevinden (Stevens e.a. 2009).

Kinderen verbergen armoede

Cultureel antropologe Tamara van der Hoek (2005) heeft in 2004 gezinnen met een minimuminkomen en kinderen tussen de 6 en 16 jaar geïnterviewd. Een kwart van de ouders en kinderen eet niet elke dag een warme maaltijd. Elke dag verse groente en fruit is voor een derde van de ouders onbetaalbaar. Bijna de helft van de ouders kan geen nieuwe kleren voor hun kinderen kopen. Vakanties, een lidmaatschap van een sportclub, het vieren van een verjaardag of het meedoen aan schoolexcursies zijn niet vanzelfsprekend.

Kinderen worden binnen en buiten het gezin met hun armoede geconfronteerd. Ieder kind gaat daar anders mee om. Sommige kinderen hebben een bijbaantje of sparen, maar vaker proberen kinderen hun omstandigheden te verbergen door er niet met hun vriendjes over te praten. Ook praten de kinderen zo weinig mogelijk met hun ouders over geld en laten ze hen niet merken dat ze graag iets willen hebben of doen dat geld kost. Andere kinderen hebben het gevoel dat ze er toch niets aan kunnen veranderen. Ze voelen schaamte, jaloezie of uitsluiting omdat hun leeftijdgenoten veel meer hebben en kunnen doen. Ook kunnen ze verdriet of woede voelen als hun ouders hen steeds dingen ontzeggen. Sommige kinderen nemen de zorgen van hun ouders over. Volgens Van der Hoek (2005) blijkt uit de literatuur dat de meer passieve en vermijdende vormen van omgaan met armoede het minst effectief zijn en eerder tot psychische problemen bij kinderen kunnen leiden.

Armoede en andere risicofactoren

Veel Angelsaksisch onderzoek laat zien dat opgroeien in armoede negatieve gevolgen heeft voor de ontwikkeling van kinderen (Vanhee 2007). Het is echter vaak niet duidelijk of het gaat om armoede of om sociaal-economische status (SES) waarvoor als indicatoren opleidingsniveau, beroepsstatus en hoogte van het inkomen gelden. In dit dossier wordt steeds aangegeven of het om armoede gaat of om de sociaal-economische status.

Volgens Nederlandse onderzoekers hoeft armoede niet automatisch tot problemen in de ontwikkeling van kinderen te leiden, zeker niet als de armoede tijdelijk is (Nederland e.a. 2007). Soms is geldgebrek alleen een zuiver financieel probleem, kunnen ouders redelijk goed met de situatie omgaan, vertonen ouders veel veerkracht en zijn er weinig negatieve gevolgen voor de kinderen (Katz e.a. 2007; Vanhee 2007). Als er echter nog drie of meer andere risicofactoren in de directe omgeving van het kind spelen, zoals lage opleiding, gebrek aan toegang tot voorzieningen, psychische problemen, stress of huiselijk geweld, dan is de kans dat er een probleem ontstaat meer dan 30 procent (Katz e.a. 2007). Dit verband is onder andere aangetoond voor intelligentieontwikkeling, psychische en gedragsproblemen, delinquentie en kindermishandeling (Hermanns 2005). In arme groepen komen zulke risicofactoren vaak sterk geconcentreerd samen (Vanhee 2007). Een meta-analyse toont aan dat kinderen die te maken hebben met een opeenstapeling van sociaal-economische risicofactoren, vaker een gedesorganiseerde gehechtheidsrelatie ontwikkelen, met als gevolg aanzienlijke problemen in hun ontwikkeling (Cyr e.a. 2010).

Lees meer over de invloed van armoede op de ontwikkeling van het kind.

Bronnen

  • Cyr, C., E.M. Euser, M.J. Bakermans-Kranenburg en M.H. Van IJzendoorn (2010), 'Attachment security and disorganization in maltreating and high-risk families: A series of meta-analyses', in: 'Development and Psychopathology', nummer 22, p.87-108.
  • Hermanns, J., F. Öry, G. Schrijvers (2005), ‘Helpen bij opgroeien en opvoeden: eerder, sneller en beter. Een advies over vroegtijdige signalering en interventies bij opvoed- en opgroeiproblemen’. Utrecht: Inventgroep.
  • Katz, I., J. Corlyon, V. La Place en S. Hunter (2007), 'The relationship between parenting and poverty'. York: Policy Research Bureau.
  • Nederland, T., J. Mak, M. Stavenuiter en Swinnen, H. (2007), ‘Afwijzing van aansprakelijkheid: het onderhavige verslag. Aanpak kinderarmoede en bevordering sociale insluiting van kinderen. Onderzoek van het landelijke beleid’. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
  • Stevens, J., E. Pommer, H. Kempen, E. van Zeijl (e.a.) (2009), ‘De jeugd een zorg. Ramings- en verdeelmodel jeugdzorg 2007’. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Van der Hoek, T. (2005), ‘Through children's eyes, an initial study of children's personal experiences and coping strategies growing up poor in an affluent Netherlands’. Florence: Unicef Innocenti Working paper No. 2005-05.
  • Vanhee, L. (2007), ‘Weerbaar en broos: mensen in armoede over ouderschap: een verkennende kwalitatieve studie in psychologisch perspectief’. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven.
  • Vrooman, C., S. Hoff, F. Otten, en W. Bos (red) (2007), ‘Armoedemonitor 2007’. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau Centraal en Bureau voor de Statistiek.

Verder lezen: