
De Gezinswijzer
Kennis over gezinnen en gezinsbeleid.
Hilde Kalthoff is pedagoge en heeft jarenlang gewerkt met kinderen die met armoede te maken hadden.
Stel een vraag
|
|
Ouders die voortdurend te weinig inkomen en te veel schulden hebben, lijden onder stress, voelen zich psychisch steeds minder goed en worden onzeker over hun rol als opvoeder. Dat risico is vooral groot bij alleenstaande moeders die vaak weinig steun van hun omgeving hebben. Chronische stress kan leiden tot opvoedingsproblemen. Dat geldt des te meer als een ouder al depressief is.
Uit een onderzoek van E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit, blijkt dat een op de vier laagopgeleide, alleenstaande moeders ontevreden is over het verloop van de opvoeding, tegenover een op de zes moeders met een tweeoudergezin. De laagopgeleide moeders staan ook vaker voor opvoedsituaties waarmee ze niet om weten te gaan. Juist deze groep vraagt het minst hulp en advies bij het opvoeden, terwijl ze er wel veel behoefte aan hebben (Van Egten e.a. 2008). Ook maken alleenstaande moeders zich meer zorgen over hun kind. Alleenstaande moeders van Nederlandse en Marokkaanse afkomst maken zich vaker zorgen over de ontwikkeling, het gedrag en de opvoeding van hun kind dan moeders van Turkse, Surinaamse of Antilliaanse afkomst in dezelfde situatie.
Annelou Ypeij (2009) heeft als cultureel antropoloog onderzoek gedaan naar de betekenis van langdurige armoede voor alleenstaande moeders van Nederlandse afkomst en voor moeders uit zogenaamde 'matrificale' culturen waarin moeders een dominantere rol dan vaders spelen, zoals vrouwen van Afro-Surinaamse of Antilliaanse afkomst. Alleenstaande moeders voelen zich erg onzeker en vaak ook wanhopig omdat ze hun kinderen niet de levensstandaard kunnen bieden die in Nederland gebruikelijk is. Veel moeders hebben aan het einde van de maand te weinig geld voor eten of eten zelf nauwelijks. Sommige moeders hebben hoge schulden. Alleenstaande moeders zijn vaak erg creatief in het rondkomen en hebben er bijna een dagtaak aan om hun kinderen en zichzelf er netjes uit te laten zien en het huis schoon te houden. Vooral autochtone moeders zijn sterk gericht op een proper huishouden. Ze kunnen ook moeilijker omgaan met hun situatie dan allochtone moeders die meer steun ervaren van andere vrouwen. Zie ook bij Netwerk.
Langdurige, intergenerationele armoede en opvoedingsproblemen gaan vaak samen. Over de oorzaken wordt volgens de Belgische psychologe Lieve Vanhee (2007) verschillend gedacht. Sommige onderzoekers spreken over een 'cultuur van armoede' in families waar al enige generaties sprake is van armoede. In die families is een cultuur ontstaan van lage verwachtingen, fysieke vormen van disciplinering, hard of inconsistent straffen en weinig vertrouwen dat je zelf invloed hebt. Deze families hebben niet zozeer meer geld nodig als wel verandering van de houding en opvoedstijl van de ouders. Andere onderzoekers leggen de nadruk op risicofactoren (zie de rubriek Opgroeien) of geven aan dat niet zozeer de armoede, maar juist de stress zorgt voor 'overerving' van problemen.
Volgens Vanhee (2007) kunnen moeders niet voor hun kinderen zorgen als hun eigen materiële en emotionele behoeften niet zijn vervuld. Greet Geenen (2007) laat in haar proefschrift zien dat langdurige armoede een vorm van chronische stress veroorzaakt die een negatieve invloed heeft op het psychisch welzijn van de ouders en op hun rol als opvoeders. Ook maakt stress het moeilijk om goed te kunnen reflecteren op ouderschap en opvoeden. Vooral in eenoudergezinnen, veelal van moeders, is weinig sprake van sociale steun en toegankelijke hulp. Deze moeders hebben daarnaast veel last van stigmatisering en veroordeling door anderen (Ypeij 2009). Dit kan hun ervaringen dat zij een goede ouder zijn tenietdoen en hen erg onzeker maken.
Volgens Erik Snel, socioloog en armoedeonderzoeker aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit, ontstaan opvoedingsproblemen als het ouders ontbreekt aan cultureel, sociaal en psychologisch kapitaal (Levering 2011). Zo kunnen hoger opgeleiden beter omgaan met problemen door een groter reflecterend vermogen. Sociale contacten kunnen materieel voordeel opleveren, maar ook steun door zorgen te delen. Ook het vermogen om je te weer te stellen tegen ongunstige situaties is van belang. Als armoede lang duurt, levert dat enorme stress op. Het gaat niet alleen om zorgen, maar kan ook gaan om schuldgevoelens, gevoelens van falen en gevoel van incompetentie. Sommige manieren om met stress om te gaan, maken de problemen nog groter; bijvoorbeeld het zoeken van afleiding door dingen te kopen, waardoor iemands schulden nog groter worden. Ook kunnen ouders hun kinderen beter niet belasten met hun problemen. Ouders die zeggen dat ze niet meer weten hoe ze het geldgebrek moeten oplossen, leggen een enorme druk op het welbevinden van hun kinderen.
Uit onderzoeken in de Verenigde Staten blijkt dat arme ouders meer stress ervaren, waardoor ze meer gedeprimeerd, geïrriteerd en boos zijn (Katz e.a. 2007). Deze ouders blijken vaker een autoritaire of inconsistente opvoedstijl te hanteren dan meer welvarende ouders. Die stijl heeft een negatieve invloed op hun kinderen. Verder hebben ouders bij ervaren stress de neiging om méér probleemgedrag bij het kind te zien, wat vervolgens weer het gevoel van stress verhoogt (Vanhee 2007). Dit proces is niet onvermijdelijk. Een goede relatie tussen de partners kan deze keten doorbreken.
Chronische stress kan ook leiden tot minder gevoeligheid in de interactie met het kind. Een vergelijking van verschillende internationale onderzoeken bevestigt dat de leefsituatie zo moeilijk en stressvol kan zijn dat er geen goede hechting ontstaat met als gevolg problemen in de ontwikkeling van de kinderen (Cyr e.a. 2010). Lees meer hierover bij Invloed op ontwikkeling kind.
Chronische negatieve ervaringen, zoals interpersoonlijke stress, dragen bij aan een hoge mate van depressieve klachten bij moeders die in armoede leven (Vanhee 2009). Depressieve moeders hebben moeite met het reguleren van emoties, reageren vaker inconsistent en hebben moeite om sensitief te antwoorden op gevoelens van het kind (Vanhee 2009).
Amerikaanse onderzoekers tonen een directe relatie aan tussen een laag inkomen en depressie bij de ouders (Lee e.a. 2009). En depressie leidt weer tot een weinig positieve opvoeding. Opvoedingsgedrag van depressieve ouders in chronische armoede wordt meer bepaald door stress en spanning dan door feitelijk probleemgedrag van het kind. Bij niet-kansarme depressieve ouders wordt dit opvoedingsgedrag wel vooral bepaald door het probleemgedrag van het kind (Vanhee 2007).
Uit Nederlands onderzoek (Snel e.a. 2000) blijkt dat moeders uit arme gezinnen met sterke depressieve gevoelens veel minder goed met armoede kunnen omgaan en de negatieve gevolgen van armoede voor hun kinderen ook veel zwaarder inschatten dan moeders die weliswaar ook arm zijn, maar psychisch beter in hun vel zitten.