Home  > Kennis  > Dossiers  > Angststoornissen > Begrippen

Classificatie Jeugdproblemen
Classificatiesysteem CAP-J met beschrijvingen van problemen van kinderen en ouders.

Zakwoordenboek Jeugd
Uitleg van duizenden begrippen in jeugdzorg, opvoeding, (jeugd)gezondheidszorg, onderwijs en wetgeving.



Erik Jan  de Wilde Erik Jan de Wilde is specialist op het gebied van de preventie en aanpak van emotionele problemen van jongeren.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Probleemschets
Praktijk
Na- en bijscholing
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Begrippen
Kenniscentra

Begrippen

Hieronder vindt u een beknopte uitleg van begrippen die te maken hebben met angststoornissen. De omschrijvingen komen uit de Jeugdthesaurus, die u elders op deze site kunt raadplegen.

Agorafobie
Angst op een plaats of in een situatie te zijn waaruit ontsnappen moeilijk kan zijn, zoals op een plein, in een rij, in een tunnel of in grote ruimtes.

Angst
Bang zijn voor een al dan niet reëel dreigend onheil of gevaar.

Angststoornissen
Verzamelnaam voor stoornissen waarbij ziekelijke angst het belangrijkste symptoom is.

Dwangstoornissen
Angststoornissen met als kenmerken dwanggedachten en/of dwanghandelingen.

Faalangst
Niet op reële gronden gebaseerde angst om in bepaalde situaties niet te kunnen presteren.

Fobieën
Onredelijke en overdreven angsten die in bepaalde situaties kunnen optreden en die aanleiding geven tot vermijdingsgedrag.

Gegeneraliseerde angststoornis
Buitensporige angst en bezorgdheid, gedurende zes maanden vaker wel dan niet voorkomend, over een aantal alledaagse activiteiten of gebeurtenissen zoals werk, verlies van een partner, een slechte financiële situatie, gepaard gaande met onder meer rusteloosheid, vermoeidheid, slaapstoornissen, spierspanning, geïrriteerdheid en/of concentratieproblemen.

Paniekaanvallen
Begrensde periodes van intense angst of gevoelens van onbehagen, gekenmerkt door het plotseling ontstaan van onder meer hartkloppingen, transpireren, trillen, en/of misselijkheid (die binnen tien minuten een maximum bereiken).

Paniekstoornissen
Het regelmatig optreden van paniekaanvallen zonder direct aanwijsbare reden.

Posttraumatische stressstoornissen
PTSS. Angststoornissen als gevolg van een verlate of verlengde reactie op een stressveroorzakende gebeurtenis of situatie (van korte of lange duur) van een buitengewoon bedreigende of catastrofale aard, die bij vrijwel iedereen grote angst zou veroorzaken.

Scheidingsangst
Angst bij jonge kinderen om door hun ouder(s) of verzorger(s) verlaten te worden. Komt bij ieder kind in meerdere of mindere mate voor gedurende zijn ontwikkeling.

Sociale fobie
Fobie voor sociale situaties waarin iemand moet presteren of functioneren en een afgang vreest. De verschijnselen zijn niet het gevolg van een andere psychische stoornis.

Specifieke fobie
Onredelijke angst voor een bepaalde situatie of een bepaald voorwerp (geen agorafobie of sociale fobie).